Wu Wei, niets doen in de betekenis van niet-forceren, van
leven in harmonie met Tao. Van die instelling getuigen de oude man
in het kolkende water, de kok Ding en de boer die het verlies van
zijn paard licht opneemt. Voor taoïsten als Lao Zi en Zhuang Zi is
dit de ideale levenshouding, omdat ze aansluit bij hun kijk op de
werkelijkheid. Kern daarvan is de fundamentele eenheid van tegenstellingen
die ervoor zorgt dat elke situatie zich ontwikkelt naar een uiterste
en dan omslaat in het tegengestelde. De beide
filosofen beschrijven dit inzicht
niet in allesomvattende wijsgerige verhandelingen, maar met raadgevingen
en anekdoten.
Wereldvreemd
Met hun uitspraken verzetten de taoïsten zich tegen de geest van de
tijd, die werd gedomineerd door het confucianisme en zijn rigide maatschappelijke
verhoudingen. In hun tijd- en 'wereldvreemde' visie zijn de dingen
die men over het algemeen belangrijk vindt, ineens niet belangrijker
dan de onbelangrijke dingen, en omgekeerd. In zijn geschriften slaat
Zhuang Zi dieren en bomen even hoog aan als mensen. Bij mensen heeft
hij niet minder respect voor kreupelen en gekken dan voor koningen
en wijzen. Voor de dood heeft hij evenveel achting als voor het leven.
Iedereen kent het nut van het nuttige,
maar niemand kent het nut van het nutteloze.
Nutteloos en nuttig. Onbelangrijk en belangrijk. Laag en hoog. Ze
horen allemaal bij elkaar. Ze bestaan niet zonder elkaar en doen daarom
ook niet onder voor elkaar. Maar, als dat zo is, vervalt dan ook niet
al het onderscheid? Is het dan nog mogelijk het nutteloze te onderscheiden
van het nuttige, het onbelangrijke van het belangrijke? Zo'n visie
leidt onvermijdelijk tot grote scepsis ten aanzien van meningen, voorkeuren
en oordelen en tot een sterk bewustzijn van de ontoereikendheid van
woorden.
‘Dit’ is ook ‘dat’. ‘Dat’ is ook ‘dit’. Het diepste wezen van
Tao bestaat hierin dat ‘dit’ en ‘dat’ niet langer tegenstellingen
zijn. Dit wezen is het centrum, als het ware de as van een wiel, waarvan
de omtrek reageert op de eindeloze veranderingen.
Steriele discussies
Hoewel hijzelf niet schroomt zich te bedienen van woorden en logica,
ziet Zhuang Zi heel scherp de beperkingen van deze instrumenten. Wanneer
ze worden gebruikt om de werkelijkheid te analyseren, leidt dat volgens
hem tot steriele discussies over wat wel en niet juist is, terwijl
het werkelijkheidssprincipe daar ver bovenuit stijgt. Vanuit die visie
gebruikt Zhuang Zi zijn verstand en logica eerder om grote waarheden
te ontzenuwen dan ze te ontdekken. Dat laatste is immers onbegonnen
werk. Er zijn dingen, zo redeneert hij, die we kunnen weten omdat
we ze kunnen bewijzen. Maar er zijn ook veel dingen die we weten zonder
dat we ze kunnen bewijzen. Net zo goed als er heel veel dingen zijn
die we niet weten en ook nooit zullen weten, en die zonder meer belangrijker
zijn dan de dingen die we wel weten.
Wat weet ik?
Wat weet ik? Ziehier een van de centrale vragen die Zhuang Zi
zich stelt. De grenzen aftasten van ons weten, dat heeft hij tot kunst
verheven. Daarbij verkent hij ook voortdurend de verschillende staten
van ons bewustzijn. Naast het weten is er het niet-weten. Naast het
bewuste het onbewuste. Naast de werkelijkheid de droom.
Met de anekdotes en metaforen die hij gebruikt, wil Zhuang Zi aantonen
dat we het werkelijkheidsprincipe nooit kunnen bevatten. Ook niet
met de ratio. We kunnen het slechts benaderen door af te stappen van
onze vooropgezette meningen en vaste overtuigingen. Door af te gaan
op onze zintuigen, ons gevoel en onze intuïtie. Door te leven, één
met alles en als deel van de eindeloze verandering der dingen.