Als je een dichter bent, dan zie je duidelijk dat er een
wolk drijft in dit vel papier. Zonder wolk is er geen regen; zonder
regen kunnen de bomen niet groeien; en zonder bomen kunnen we
geen papier maken. De wolk is nodig voor het bestaan van het papier.
Als de wolk er niet is, kan dit vel papier er ook niet zijn...
Als we nog dieper in dit papier kijken, kunnen we er zonneschijn
in zien. Als de zon er niet zou zijn, kan het bos niet groeien...
En zo weten we dat er ook zonneschijn in dit vel papier is. Als
we nog langer kijken, kunnen we de houthakker zien die de boom
velde en hem naar de fabriek bracht waar hij omgevormd werd tot
papier. En we zien de tarwe. We weten dat de houthakker niet kan
leven zonder zijn dagelijks brood en daarom is de tarwe die zijn
brood werd, eveneens in dit vel papier. En ook zijn vader en zijn
moeder zijn in dit papier... Als we nog dieper kijken, zien we
dat we er ook zelf in zijn. Dat is niet zo moeilijk in te zien:
wanneer we naar een vel papier kijken, wordt het vel een deel
van onze waarneming... We kunnen dus zeggen dat alles hier is,
in en met dit vel papier. Er is niets aan te wijzen dat niet hier
is - tijd, ruimte, de aarde, de regen, de mineralen in de bodem,
de zon, de wolk, de rivier, de warmte... Dit vel papier bestaat
omdat al het andere bestaat.
Thich Nhat Hanh, cit. in De natuur als beeld
in religie, filosofie en kunst, Matthijs. G.C. Schouten, KNNV
Uitgeverij, Utrecht, 2001