Natuurliefhebber: "In jouw gesprek met die politicus
heb je geprobeerd uit te leggen waarom waardevolle landschappen niet
moeten worden verpest met boerderettes of bedrijventerreinen. Jouw
argumenten maakten op hem weinig indruk. Ik vind het net zo moeilijk
om mensen te overtuigen die zeggen dat ik me niet zo moet opwinden
over het slinken in rap tempo van steppen, savannen en tropische regenwouden.
Over het slopen van de laatste wildernissen en de afname van biodiversiteit
die daarmee gepaard gaat. Ik heb gelezen dat zonder maatregelen een
kwart van alle zoogdieren en tien procent van de vogels de komende
dertig jaar zal uitsterven. Als ik daarover begin, is de reactie meestal
'waar maak je je druk om?'"
Deep ecologist: "Misschien heeft die boosheid
van jou en mij iets te maken met de 'hechting door de duur' waarover
ik ook sprak met die politicus. Wij zijn opgegroeid met het idee dat
er plekken op aarde zijn waar tijgers, gorilla's en ijsberen zich
ongestoord kunnen voortplanten en de evolutie ongehinderd haar loop
kan hebben. Zo is het naar ons gevoel altijd geweest en zo zal het
altijd blijven. Aan dat idee zijn we gewend, zijn we gehecht geraakt.
De gedachte dat zulke gebieden door bevolkingsdruk, mijnbouw en landontginning
in steeds hoger tempo worden weggevaagd en op aarde geen plek overblijft
voor grote zoogdieren in het wild, schept een gevoel van leegte. Wilde
natuur is nodig om de biodiversiteit in stand te houden. Zonder biodiversiteit
stokt de evolutie. Of, liever gezegd, krijgt de evolutie een puur
menselijk gezicht."
"Dat brengt me op een andere mogelijke oorzaak van onze
bezorgdheid om de afbraak van de natuur: het gevoel dat milieufilosofen
omschrijven als het 'verlangen naar weerstand'. Overigens ook een
begrip dat je aan de borreltafel of tijdens verjaardagen maar beter
niet te berde kunt brengen. Veel te filosofisch, dus veel te 'vaag'."
Natuurliefhebber: "Wat houdt dat in, verlangen
naar weerstand?"
Deep ecologist: "Dat heeft te maken met de weerbarstigheid
van de natuur, die zich niet zonder meer aan ons overgeeft, maar eisen
en grenzen stelt aan onze wil tot beheersen. Je kunt dat in zekere
zin vergelijken met het spelen van een muziekinstrument. Een viool
doet alleen wat je ervan verwacht, klinkt alleen mooi, als je elke
dag een paar uur op vingeroefeningen en etudes zwoegt. Zo'n instrument
eist je aandacht. Alleen door concentratie leer je het goed kennen,
ontdek je op welke plaatsen tonen mooi klinken en op welke niet. De
viool schrijft jou de regels voor. Alleen als je je aan die regels
houd, klinkt muziek. Het is die uitdaging, die weerstand van het instrument
die inspireert. Zonder inspanning geen inspiratie."
"Op soortgelijke wijze bezit de natuur een aantrekkingskracht
die voortkomt uit de weerbarstigheid van iets dat een eigen wil lijkt
te hebben, bij wijze van spreken dan, iets dat op zichzelf bestaat,
dat niet door onszelf teweeg is gebracht, dat anders is dan wijzelf.
De 'echte', 'wilde' natuur is het radicaal andere dat een eigen betekenis
draagt, dat zich aan onze machtsgreep onttrekt, weerstand biedt aan
onze pogingen de werkelijkheid naar onze hand te zetten, naar onze
eigen willekeur te interpreteren en manipuleren. 'Wildernis' fungeert
daarmee ook als spiegel voor ons zelfbegrip. Ze wijst ons op de betrekkelijkheid
en eindigheid van onze daden en gedachten en doet zo inbreuk op onze
zelfgenoegzaamheid, zowel in figuurlijke als in de meest letterlijke
zin van het woord. Daarmee dwingt de natuur respect af en ontzag."
Natuurliefhebber: "Ja, voor dat ontzagwekkende
in de natuur, daar bestaat een woord voor. Het sublieme. Dat verwijst
naar natuurverschijnselen die een overweldigende indruk maken, zoals
felle bliksemslagen, razende stormen, kolkende rivieren of gewoon
een bevroren winterlandschap. Het sublieme herinnert ons eraan dat
er iets buiten de mens bestaat dat zich niet laat temmen. Bij zulke
verschijnselen ondergaan we de natuur als het vreemde, het andere,
en tegelijk als een totaliteit waarmee we verbonden zijn, waarin we
ons thuis weten. We ervaren het sublieme als iets groots en onverschilligs
dat ons vervult met bewondering, ontzag en angst tegelijk. Ik vind
dat heel mooi verwoord in dit gedicht van Hakuin Zenji:
Deep ecologist: "De ervaring van het sublieme
heeft inderdaad alles te maken met het verlangen naar weerstand en
daarmee met de waardering voor de wilde natuur. Dat nog maar relatief
weinig mensen zich echt bekommeren om de teloorgang van wildernis,
heeft volgens mij ook te maken met het feit dat steeds minder mensen
het sublieme in de natuur ervaren. Door verstedelijking, aanleg van
snelwegen en glastuinbouw zijn stilte, duisternis en verlatenheid
uit ons leven gebannen. En wie vanuit een Landrover de 'spectaculaire'
migratie van het wildebeest bekijkt in de Serengeti - 'one of the
hottest places to visit' aldus de website van Africa Travel Resource
- moet moeite doen om de Landrovers met mede-toeristen buiten het
beeld van zijn camera te houden. Het sublieme is er ver te zoeken.
Wat zo'n ervaring oplevert, is een serie foto's met beelden die je
dagelijks - en dan mooier - op het kanaal van National Geographic
ziet. En ja, natuurlijk, je houdt er ook een stoer verhaal aan over
voor in de bedrijfskantine."
Natuurliefhebber: "Heb jij er trouwens een
verklaring voor waarom de natuur de een meer aanspreekt dan de ander?
Waarom verlangen naar weerstand voor de een zwaarder weegt en voor
de ander minder of helemaal niet?"
Deep ecologist: "Eén factor die meespeelt
in de waardering voor de natuur - wild of niet - heeft te maken met
persoonlijke ervaring. Het is opvallend hoeveel milieufilosofen in
een natuurlijke omgeving zijn opgegroeid en later verwoede bergbeklimmers
of langeafstandwandelaars zijn geworden. Arne Naess bijvoorbeeld,
de grondlegger van deep ecology, zwierf op zijn twaalfde al
door Jotunheimen, het hoogste berggebied van Noorwegen. Als volwassene
beklom hij enkele zevenduizenders in de Himalaya. En wat voor milieufilosofen
geldt, gaat ook op voor anderen. Tot - wat was het, de jaren zeventig,
tachtig? - speelden kinderen vaak buiten. Als ze daar niet voetbalden
of knikkerden, bouwden ze hutten, stookten ze een vuurtje, klommen
ze in bomen of visten ze in de sloot naar kikkerdril. Dat gebeurde
in stukken bos, in weilanden, op bevroren vijvers, veldjes of braakliggende
terreinen waar de laatste decennia huizenblokken of kantoren zijn
verrezen. In het groen buiten de bebouwing vonden kinderen geheime
plekken waar ze zich konden afzonderen en hun fantasie de vrije loop
konden laten. Daar deden ze de indrukken op die hen sindsdien niet
meer loslieten. Het gekwetter van een leeuwerik hoog boven een zomerweiland.
De geur van hooi tussen de sloten. De kleverige hars op de stam van
dennebomen. Het 'enge' huilen van de storm tussen de bomen in het
donker wordende bos. Onderzoek heeft uitgewezen dat zulke zintuiglijke
indrukken een voedingsbodem creëren voor de latere hang naar de natuur.
En hoe intenser de zintuiglijke ervaring, hoe meer de kinderen later
opschuiven van een arcadisch naar een 'wild' natuurbeeld."
Natuurliefhebber: "Dat voorspelt dan niet veel
goeds voor de betrokkenheid van nieuwe generaties bij de natuur. Het
Centraal Bureau voor Statistiek constateerde onlangs dat de meeste
jongeren zelden of nooit in de natuur komen. En in het onderwijs bestaat
nauwelijks nog aandacht voor de natuur, want dat is zonde van de tijd.
Daarnaast zitten kinderen van nu ook buiten schooltijd grotendeels
binnen, ver van weiland, bos en kikkersloot. Ze msn'en, kijken TV,
spelen met Playstation 3 of trekken zich terug in virtuele communities
als Habo Hotel. De meesten mogen hun handen dichtknijpen als ze een
keer in gezelschap van vader of moeder met een geleend schepnetje
waterdiertjes mogen vangen in de educatieve poel van Vereniging Natuurmonumenten.
Geen kikkers, want die zijn inmiddels beschermd. En nou ja, handen
dichtkijpen. Zo'n poel met kleine beestjes is natuurlijk wel veel
minder spannend dan videospellen als Smash N Crash en Barbie Dancing
Princess."
Slechts
de natuur is goddelijk....