Op een dag stapte iemand op Zhuang Zi af en vroeg:
"Zhuang Zi. Wat is Tao? Waar vind ik Tao?"
"Overal," antwoordde de filosoof.
"Noem dan eens een voorbeeld," zei de vragensteller.
"Je vindt het in een mier."
"Hoe kan Tao zoiets minderwaardigs zijn?"
"Je vindt het ook in gras."
"En ook in iets dat nog minderwaardiger is?"
"Je vindt het ook in een aardenwerken tegel."
"En ook in iets dat nog minderwaardiger is?"
"Ook in stront."
Toen de vragensteller verder zweeg, zei Zhuang Zi:
"Uw vraag gaat voorbij aan de essentie van Tao. Het heeft geen zin het
te benoemen in één ding. Niets is zonder Tao..."
Alles is één
In ons gewone, dagelijkse leven verdelen we de wereld in afzonderlijke
voorwerpen en gebeurtenissen. Ik ben iemand en jij bent iemand anders.
De koe is niet het gras. Liberalen zijn geen socialisten. Het maken
van zulk onderscheid is zinvol en zelfs noodzakelijk om goed te kunnen
functioneren. De werkelijkheid in stukjes hakken en analyseren ligt
ook aan de basis van wetenschappelijke ontdekkingen. Maar het maken
van onderscheid, het opdelen in categorieën, vertroebelt tegelijkertijd
onze blik op die werkelijkheid. Elk onderscheid is een abstractie, een
illusie, ontworpen door ons verstand. Achter alle abstracties gaat in
feite een werkelijkheid schuil die zich kenmerkt door een fundamentele
eenheid. Iemand is wie hij is, door het zaad waaruit hij voortkomt en
de omgeving die hem beïnvloedt. Het gras maakt de koe. Het socialisme
is een reactie op het liberalisme. En andersom. Alle verschijnselen
zijn verbonden met andere verschijnselen. Ook in hun tegenstellingen.
Juist in hun tegenstellingen. Alles is afhankelijk van iets anders.
Alles is één: dat gegeven staat centraal in het denken van de taoïstische
filosofen Lao Zi en Zhuang Zi. Zij spreken van een ondeelbare werkelijkheid
en zij noemen die werkelijkheid Tao (letterlijk ‘de Weg’). Tao is de
weg of het proces van het heelal. Het is de natuurlijke ordening - of
de natuur - die zich in alle dingen manifesteert. Tao is het geheel.
Tao is overal en dus tegelijk in elk wezen en in elk voorwerp. Dat probeerde
Zhuang Zi ook duidelijk te maken aan de vragensteller die hem vroeg
waar je Tao vindt.
Alles is één in eeuwige verandering
Zhuang Zi en Lao Zi stammen uit de tijd dat filosofen hun gedachten
over het wezen der dingen nog niet vastlegden in complexe wijsgerige
systemen. Niet de analyse was het instrument van hun denken, maar de
metafoor, naast het korte essay, de puntige uitspraak, en de paradox.
Met dit gereedschap probeerden deze Chinese filosofen uit de periode
600 tot 200 v. Chr. vooral zicht te krijgen op de processen die de natuur
beheersen. Ze deden dat door een zorgvuldige waarneming van de natuurlijke
verschijnselen. Daaruit groeide het beeld van de werkelijkheid als een
web waarin de draden van alles wat bestaat, verweven zijn in een ondeelbaar
geheel: Tao. Dat allesomvattende netwerk van elkaar beïnvloedende relaties
heeft - zo constateerden zij - een dynamisch karakter: het verkeert
in een staat van voortdurende stroming en verandering. Er is sprake
van een constant cyclisch proces van begin naar einde naar begin naar
einde, enzovoort. De zon komt op, de zon gaat onder. De bloesem bloeit,
het blad valt af. Dag in dag uit, jaar in jaar
uit. Alles komt en gaat, alles ontstaat
en vergaat.
Terugkeer is de beweging van Tao.
Lao Zi
In dat cyclische proces ontwikkelt elke situatie zich naar een uiterste
en slaat dan om in het tegengestelde. De beweging loopt van pool naar
tegenpool. Daarbij is elk van de polen met de ander verbonden in een
dynamische wisselwerking. Alle verschijnselen, ook de verschijnselen
die elkaar op het eerste gezicht lijken uit te sluiten, zijn in werkelijkheid
aspecten van één en hetzelfde.
Om te kunnen krimpen
Moet iets eerst uitzetten.
Wat het begeeft,
Moet eerst sterk zijn geweest.
Wat wordt neergehaald,
Moet eerst zijn opgericht.
Alvorens sprake kan zijn van ontvangen,
Is daar het geven.
Lao Zi
Alles verandert constant en hangt met alles samen. Dus als in het regenwoud
van Maleisië een vlinder opvliegt van een bloem, dan kan zijn vleugelslag
een windhoos veroorzaken op de vlakten van Mongolië? Voor het leggen
van zulke extreme verbanden waren Lao Zi en Zhuang Zi veel te nuchter.
Wanneer zij zeggen dat 'alles' met alles samenhangt, zien zij wel degelijk
dat elke samenhang ergens een begrenzing heeft. Maar waar dat ergens
ligt, is niet aan te geven.