|
In
de geest bestaat geen absolute of vrije wil, maar de geest wordt
bepaald iets te willen door een oorzaak, die ook door een andere
is bepaald, en die weer door een andere, en zo tot in het oneindige.
Baruch
de Spinoza
|
Alle dingen worden door uitwendige oorzaken gedetermineerd om
op een vaste en gedetermineerde wijze te bestaan en te werken. Een
steen, bijvoorbeeld, krijgt door een uitwendige oorzaak die hem een
stoot geeft, een zekere hoeveelheid beweging die maakt dat hij later,
wanneer de stoot van de uitwendige oorzaak ophoudt, noodzakelijkerwijs
zal voortgaan zich te bewegen […].
Stel nu verder voor, als ge wilt, dat de steen, terwijl hij voortgaat
zich te bewegen, denkt en weet dat hij zich zoveel mogelijk inspant
zijn beweging voort te zetten. Dan zal deze steen, aangezien hij zich
alleen van dit pogen bewust is en daarin volstrekt niet onverschillig,
toch zeker denken dat hij volkomen vrij is en om geen andere reden
in zijn beweging volhardt dan omdat hij dat wil! Welnu, dit is dan
die befaamde menselijke vrijheid waarop allen zich beroemen en die
alleen hierin bestaat dat de mensen zich van hun begeerte bewust zijn,
terwijl ze de oorzaken waardoor ze worden gedetermineerd, niet kennen.
Baruch de Spinoza
|
|