Ik kan doen wat ik wil: ik kān, wanneer ik dat wil, alles
wat ik bezit aan de armen geven, en er zelf een worden - wanneer ik
dat wil! Maar ik ben niet in staat om dat te willen, omdat de tegengestelde
motieven veel te veel macht over mij hebben: ze weerhouden mij ervan.
Wanneer ik daarentegen een ander karakter zou hebben, en wel in die
zin, dat ik een heilige zou zijn, dan zou ik het wel kunnen willen.
Maar dan zou ik er ook niet omheen kunnen om het te willen, dan zou
ik het dus ook moeten doen.
Arthur Schopenhauer