De symbolische voorstelling van de werkelijkheid staat in
een bijna vierhonderd jaar lange natuurwetenschappelijke traditie
die is doorgebroken met de mathematische visie van onderzoekers
als Galilei en Descartes. Zij stelden dat de essentie van natuurlijke
objecten bestaat uit 'uitgebreidheid' (in die tijd de term voor
massa) en beweging. In hun woorden: de primaire kwaliteiten
van de natuur. Daar tegenover staan de secundaire kwaliteiten
als kleur, geur, warmte en smaak. Dat zijn slechts subjectieve
ervaringen van natuurlijke processen. Zij vormen geen deel van
de werkelijkheid buiten ons.
Res extensa
Descartes beschrijft deze visie in de beroemde passage van zijn
Méditations die handelt over de klomp bijenwas. Neem een klomp
bijenwas, zo zegt hij: die heeft een bepaalde vorm, kleur, geur
- kortom een reeks 'zintuiglijke kwaliteiten', die waarneembaar
zijn voor het gezichts-, tast-, smaak- en reukvermogen. Maar,
aldus Descartes, als ik de was bij het vuur leg, dan blijkt
dat vorm, omvang, kleur en geur - al die kwaliteiten op grond
waarvan ik die klomp was onderscheid - een verandering ondergaan.
En toch verdwijnt de was niet. Daaruit volgt dat de bijenwas
zijn zintuiglijke kwaliteiten alleen accidenteel bezit: ze zijn
niet meer dan voorbijgaande kenmerken. Ze behoren niet tot de
natuur van de was, ze zijn niet essentieel. Die was is niet
de zoetheid van honing en niet de geur van bloemen. Willen wij
de essentie van de was kennen, dan moeten wij niet onze zintuigen
raadplegen maar ons verstand, want alleen het verstand kan de
essentie van de dingen vatten. En dat verstand leert dat als
we alles verwijderen dat geen betrekking heeft op de was zelf,
niets anders overblijft dan 'res extensa' ofwel uitgebreidheid,
dat wil zeggen de plek die het ding inneemt in de ruimte. Door
te denken in termen van uitgebreidheid leert het verstand van
de dingen 'de ware essentie' kennen die onafhankelijk bestaat
van de 'res cogitans', de eindige geest die het ding denkt.
En die ruimtelijke bezetting, die uitgebreidheid ofwel essentie
van de dingen, kun je meten met behulp van de euclidische meetkunde.
Volgens Galilei en Descartes heeft de schepper de natuur geschreven
in de taal van mathematische vormen en getallen. Werkelijk is
alleen wat kan worden uitgedrukt in wiskundige termen. In de
woorden van Galilei:
"Ik geloof niet dat in lichamen buiten ons iets bestaat
dat smaak, reuk, geluid en dergelijke veroorzaakt, behalve dan
de grootte, de vorm, de massa en de beweging (…) ik denk dat
als oren, tong en neus verwijderd zouden worden, vormen en getallen
overblijven."