"Dit eeuwige en oneindige Wezen toch, dat
wij God of Natuur noemen."
'God of Natuur' (Deus sive Natura), zo verwijst Spinoza
in zijn Ethica naar de werkelijkheid die ons omringt en waarvan
wij onderdeel uitmaken. Daarbij heeft het woord 'of' de gelijkstellende
betekenis van 'is'.
Door het begrip God te gebruiken, toont Spinoza zich
typisch een man van zijn tijd, nog opgesloten in het religieuze
paradigma van zijn omgeving. Maar door die God in één adem gelijk
te stellen aan Natuur, breekt hij tegelijkertijd dat paradigma open.
Hij haalt het opperwezen neer en laat het in feite geheel oplossen
in de concrete werkelijkheid. Spinoza heft niet alleen de scheiding
op tussen denken en materie, maar ook tussen God en wereld. De scheppende
natuur - in Spinoza's terminologie: natura naturans - en
de geschapen natuur - natura naturata - vallen volledig samen.
Schepper en Schepping zijn identiek. Het transcendente is immanent
geworden.
Maar als God de bomen en de bloemen is,
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God?
Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht…
Fernando Pessoa (Alberto Caeiro)